
Het pas voorbije jaar droeg Julien Dekeyser er in grote mate toe bij dat Rock Werchter juridische zekerheid kreeg. De 25 ha grote festivalweide ligt gedeeltelijk in een natuurgebied, wat inhield dat - zelfs tijdelijke - vaste constructies als podiums, eigenlijk illegaal waren. De organisatoren liepen het risico dat vroeg of laat één of andere hogere instantie er de organisatie van concerten, ook van Rock Werchter met zijn podiums, stands en campings, zou kunnen verbieden.
Dankzij een nieuw ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) bestaat dat risico niet langer. Het RUP bepaalt dat evenementen die er plaats vinden, vanaf dit jaar beperkt worden in aantal en tijd, en dat de weide zal ingericht worden als 'landschapspark', te gebruiken voor toerisme en recreatie. "Het komt erop neer dat in Werchter voortaan in principe slechts concerten mogen georganiseerd worden in de periode van 15 mei tot 15 september en dat het terrein de rest van het jaar opengesteld wordt voor het grote publiek", zegt Julien Dekeyser.
Wandelwegen
"Uiterlijk in februari zullen wij, in overleg met de gemeenten Rotselaar en Haacht waar de terreinen gelegen zijn, een ontwerpplan opstellen voor dat hele natuurgebied. Het is de bedoeling wandelwegen met rustbanken aan te leggen, en - uiteraard niet op het gedeelte van de wei die uitzicht geeft op de podiums - een hele rist bomen en struiken te planten. Zo krijgt onze provincie er een bijkomende rustige wandel- en landschapszone bij".

Gedeputeerde Julien Dekeyser was de drijvende kracht achter de oplossing die afgelopen jaar gevonden werd voor het 'permanente campingwonen' in de regio Boortmeerbeek-Haacht-Zemst-Kampenhout. Zowat 200 mensen die daar van voor eind 2007 vast wonen op een camping, leven niet langer in de illegaliteit en met de dreiging van ontzetting en/of zware boetes boven hun hoofd. Anderzijds wordt een aantal campings die niet meer aan hedendaagse minimumnormen qua veiligheid en comfort beantwoorden, ontruimd. Sociaal wonen zal er wel toegelaten worden. Maar vele van de huidige campingbewoners - meestal weinig begoede mensen - zullen gaan wonen in die campings die wel als 'Zone voor Buitenwonen' zijn ingevuld in een nieuw ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP).
"Daarmee komt een einde aan 60 jaar illegaliteit en onduidelijkheid", zegt Julien Dekeyser." Enerzijds bepaalde de stedenbouwwet dat je niet in een recreatiegebied mag wonen. Anderzijds liet de wetgeving wel toe dat iemand zijn domicilie neemt op een camping. Met dit nieuwe RUP hebben we daar nu duidelijkheid in geschapen.
Een voordeel van de regularisatie is, dat je als overheid meer controle hebt over de campings. In één moeite doen we ook iets aan hun soms marginale reputatie. En de overheid kan nu, zo nodig, krachtdadig ingrijpen op campings waar alsnog mensen permanent wonen, waar dat volgens het nieuwe RUP niet meer mag.
De opgemaakte ruimtelijke uitvoeringsplannen fungeren alom als inspiratiebron en hebben een voorbeeldfunctie voor de andere provincies. Dit waardeoordeel wordt tevens bevestigd door Vlaams minister Dirk Van Mechelen, bevoegd voor ruimtelijke ordening. De gebruikte methodiek en uitgewerkte stedenbouwkundige bepalingen werden immers meegenomen in zijn voorontwerp van decreetswijziging.
Momenteel wordt een start gemaakt met de volgende fase, waarin de campings in de gemeenten Kortenberg, Herent, Bertem, Huldenberg, Oud-Heverlee, Keerbergen, Rotselaar, Aarschot, Scherpenheuvel-Zichem, Oud-Heverlee, Diest, Leuven, Bierbeek, Lubbeek, Boutersem, Holsbeek, Tielt-Winge en Bekkevoort onder de loep worden genomen.
Vlaams-Brabant heeft dringend nood aan duizenden nieuwe en - vooral - betaalbare woningen, en aan extra ruimte voor bedrijven. De provincie, onder impuls van Julien Dekeyser, zoekt mee naar oplossingen.
"Zo maken wij dit jaar in samenwerking met de gemeenten, het studiebureau SUM en een aantal andere diensten en bedrijven, werk van het afbakenen van de zogenaamde 'kleinstedelijke gebieden Diest, Aarschot en Tienen'. De provincie wil meehelpen om die steden en hun omgeving aantrekkelijker te maken om er te wonen, te werken en aan recreatie te doen."
In Diest, Aarschot en Tienen circuleren al langer projecten om er wonen en werken te promoten. "Daar halen wij die streefcijfers van ruim 5.300 woningen uit, net als die van 165 ha extra bedrijvenzones : telkens 45 ha in Diest en Aarschot, 75 ha in Tienen. Er is wel één grote beperking. "Het zijn de gemeenten, OCMW's, intercommunales en kerkfabrieken die in die regio eigenaar zijn van het gros van de beschikbare onbebouwde gronden ! Wij vragen hen een aantal ervan vrij te geven om er betaalbare koop- of huurwoningen op te laten bouwen, en om ruimte voor bedrijven te creëren. Maar als die instanties daar niet op ingaan, kunnen wij dat niet forceren."
"Nu, het gaat de goede kant op, wij hopen in het voorjaar al, in samenwerking met de gemeenten, een concreet masterplan klaar te hebben. Het zal dan nog wel een jaar duren vooraleer de noodzakelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen goedgekeurd zijn en de eerste resultaten zichtbaar zullen zijn."
Tegen 1 oktober 2008 zal het Vlaams Gewest de overgebleven 120 kilometer provinciewegen van Vlaams-Brabant overnemen. "Daardoor komt er voor de provincie 2,5 miljoen euro vrij", zegt Julien Dekeyser. "Een belangrijk gedeelte daarvan zullen wij aanwenden voor de verdere ontplooiing en het onderhoud van de fietsroutes."
"Verschillende overheden werken dikwijls naast elkaar op het vlak van mobiliteit en verkeer. Gemeenten overleggen te weinig met elkaar als het over wegenwerken gaat - en ze bijvoorbeeld een straat langere tijd moeten afsluiten - of als zij een verkeerssituatie wijzigen, zoals bijvoorbeeld van een straat een eenrichtingsstraat maken. Daarmee verleggen ze dikwijls alleen maar de overlast naar een naburige gemeente", zegt Julien Dekeyser.
De provincie maakt dit jaar werk van een 'mobiliteitscharter' om tot beter overleg en duidelijke afspraken te komen.
De deputatie van de provincie Vlaams-Brabant keurde op 12 juni 2008 op voorstel van gedeputeerde Julien Dekeyser een nieuwe en vereenvoudigde procedure voor de afhandeling van bouw- en verkavelingsberoepen goed.
De provincies hebben als beleidsniveau voor het grote publiek een relatief onbekende rol in het stedenbouwkundig vergunningenbeleid. De gemeente verleent vandaag de dag, na raadpleging van verschillende administraties, in eerste aanleg al dan niet de stedenbouwkundige vergunning. Bij dispuut kan men in beroep gaan bij de provincie, die de vergunningsaanvraag opnieuw bekijkt en onderzoekt. Wanneer men dan nog niet akkoord is, kan men verder in beroep gaan bij de minister, bevoegd voor ruimtelijke ordening. Deze heeft het laatste woord.
"We komen van ver", aldus Julien Dekeyser, gedeputeerde voor ruimtelijke ordening. "Tot voor een jaar kregen we gemiddeld een 500 à 600 bouwberoepdossiers per jaar binnen. De gemiddelde behandelingstermijn bedroeg toen 7 à 8 maanden. Mensen die durfden in beroep komen bij ons, keken - wanneer je de gemeentelijke en provinciale procedure samenrekent - gemakkelijk tegen één à anderhalf jaar procedure aan. Ondertussen slaagde ik erin deze bijna te halveren. Een vlotte en tijdige dossierafhandeling is in mijn ogen van primair belang voor een modern overheidsbestuur. We hebben nog een zekere weg af te leggen, maar we zijn op de goede weg!".
Bovendien vindt er een evolutie plaats naar meer gemeentelijke autonomie voor het afleveren van stedenbouwkundige vergunningen en, aan de andere kant, minder Vlaamse bevoegdheden. "Dit impliceert dat de provincie in de toekomst het laatste woord zal hebben", vertrouwt de gedeputeerde toe.